Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
ter en schuive het op de tafel, eerst langzaam, voorwaarts en
houde het dan eensklaps stil. Het water zal zijne beweging be-
houden en ten deele over den rand van het glas overloopen. Op
eene soortgelijke wijze gaat het toe bij het storten uit vaten,
die plotseling neergezet worden.
Ge- Wanneer eene pen met den daaraan hangenden inkt door eene
soor- oneffenheid op het papier opgehouden en daardoor gebogen
tige wordt, en zich plotseling en met eene snelle beweging weder
sJhyii- ^^ beweging verder voort en spat; aan
seien eene roede of zweep, welker midden een pilaar treft, be-
iner- ^^^^ ^^^ voorste einde verder; van eene c i g a a r, die men
tie. beweegt en wier beweging men door een vinger stuit, rukt de
asch zich los en behoudt hare beweging totdat de zwaarte ze naar
den grond trekt;zoo rukt zich ook van een dor takje hout of
een aarden pijpesteel, dien men tegen een vast staand voorwerp
beweegt, een stuk los en volhardt in de beweging, die er aan is
medegedeeld. Wanneer een spoortrein zich nog op vrij groo-
ten afstand van het station bevindt, breekt men de werking der
machine af, doch de trein zet zijne beweging voort zoo lang hij
de wrijving overwinnen kan. Zoo zien wij ook den p ij 1 verder
vliegen , wanneer reeds de kracht der pees opgehouden heeft op
hem te werken, en de g e w e e r k o g e 1 zet, nadat hij den ge-
weerloop lang verlaten heeft, zijnen weg voort totdat de zwaar-
tekracht hem naar den grond trekt.
Zoo zeker een ligchaam, dat geenen wil heeft en zich in rust
bevindt, nooit van zelf in beweging kan geraken, even zoo ze-
ker kan ook geen ligchaam zonder wil besluiten, de beweging,
die er aan gegeven is, te veranderen; het ligchaam zelf kan
noch zijne snelheid verminderen of vergrooten, noch eene an-
Wet. dere rigting inslaan. Daarom geldt als wet der inertie niet
slechts: Een rustend ligchaam blijft zoo lang in rust totdat het
door de eene of andere kracht in beweging gebragt wordt, maar
voornamelijk: Een bewogen ligchaam volhardt met
onveranderde rigting en snelheid zoo lang in