Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
men schuive in dit geval zamengevouwene stukjes papier onder
de pooten der tafel, totdat de kogel op iedere plaats van het
blad stil blijft liggen. Op het tafelblad is dan volstrekt geene
kracht werkzaam , door welke de kogel bewogen zou kunnen wor-
den. Legt men daarentegen een plankje of een boek met zijn
eene einde op de tafel, zoodat het een hellend vlak uitmaakt,
dan is op deze de zwaartekracht werkzaam en drijft den daar-
op gelegden kogel naar beneden. De afrollende kogel volhardt
echter in zijne beweging ook nog op het tafelblad, of-
schoon dit horizontaal is, totdat de tegenwerkende wrijving aan
de beweging een einde maakt. De kogel heeft dan door het over-
winnen der wrijving tot daartoe datgene verrigt, waartoe hij
door het afrollen in staat is geteld.
Proef b. -Een half vel papier worde in zijne lengte meer-
Fig. 38. malen gevouwen en daarvan eene lang-
werpige goot gevormd, die door het
opwaarts gebogene papier aan het einde
ter linkerzijde gesloten en aan de reg-
ter zijde open is. De goot zij ruim genoeg, opdat een kogel er
zich zonder wrijving tegen de zijwanden in kunne bewegen. De
goot ligge op het tafelblad, de kogel worde er digt bij het ge-
slotene einde in gelegd en men neme het regter einde met de
vingers en trekke het papier niet te langzaam naar de regter
zijde. Daardoor wordt ook de kogel naar den regter kant bewo-
gen. Houdt men nu echter de goot eensklaps op en eindigt
men daardoor hare beweging, dan zet de kogel zijne be-
weging nog een eind wegs voort, hetzij binnen de
goot, of, wanneer de bewegende hand sterk genoeg gewerkt en
zich thans verwijderd heeft, op het tafelblad; hij volhardt
daarbij in onveranderde rigting naar de regter zijde
en geeft door overwinning der wrijving op den doorloopen weg
den aan hem besteden mechanischen arbeid weder.
Proef c. Om het z-elfde verschijnsel aan eene vloeistof
waar te nemen , vuile men een glas tot aan den rand met wa.
5*