Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
761
dat de warmte van het vuur af, door de lucht heen, in regte
1 ij n haren weg tot aan den waarnemer genomen heeft.
Gelijk de regte weg van het licht een lichtstraal (§ 290) heet,
zoo noemt men den regtlijnigcn weg der warmte
eeneu warmtestraal, en deze regtlijnige wijze van ver-
breidingder warmte warmtestraling. Doch warmtestralen
gaan niet enkel van helder lichtende ligchamen uit, maar ook
vau donkere, niet lichtende.
Proef b. Men brenge de vlakke hand in de nabijheid eener
heet, doch niet gloeijend gestookte ijzeren kagchel. De
Iiand zal het gevoel der warmtestralen hebben, maar het ver-
liezen , zoodra er een scherm tusschen deze en de kagchel ge-
zet wordt.
Proef r. Een ijzeren pot zij met kokend water ge-
vuld ; hij zendt aan de hand duidelijk waarneembare stralen toe.
Dewijl echt(ïr het gevoel zou kunnen bedriegen, eu een gewone
kwikthermometer niet gevoelig genoeg is, zette men in de na-
bijheid vau den pot den toestel, in proef 350 opgegeven, die,
vooral zoo het haarbuisje zeer eng is en ver genoeg uit de
reageerbuis uitsteekt, groote gevoeligheid toont en een eenvou-
digeu l u c h 11 her m O m e t e r vormt. De vloeistof zal in de
nabijheid vau het heete water rijzen, en als men de warmtestra-
len door een scherm terug houdt, weder dalen.
Derhalve verbreidt zich de warmte van de warmere ligchamen
naar alle zijden iu regte lijnen. Wel is waar stralen alle ligcha-
men warmte uit, maar niet even veel en even snel, ook zelfs
dan niet, wanneer zij juist even warm zijn. Er zijn goede en
slechte w a r m t c s t r a l e r s.
Proef (l. Twee even groote drinkglazen omwikkele men,
het eene met zwart, niet glanzig papier, het andere met goud- en
papier. Daarop vuile men beide onder herhaald omdraaijen met «^^chte
^ ^ ^ warnite-
heet water en zette ze op een en den zelfden slechten warmte- stralcrs.
geleider, op ccne onderlaag van papier. Aan beide glazen wordt
door dc hen aanrakende lucht en het papier even veel warmte
40*
Goede