Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
758
Verbrei- Nogtans verbreidt zich de warmte in het water en in de lucht,
warmde ^^nne benedenste lagen verwarmd worden, weldra
ten ge- ten gevolge der in hen plaats hebbende stroomingen (§ 355—
waarbij de koudere lagen naar de warmtebron toestroomen
mingen. totdat ook zij verwarmd zijn. Bij winderig weder gevoelen
wij eene grootere koude dan op een windstillen dag, omdat de
deelen der lucht ons sneller voorbij trekken en ieder ons aan-
rakend deeltje aan het ligchaam een weinig \\^armte ontneemt.
Zoo doet ook de beweging van een waaijer de lucht snel
langs het gezigt voorbij gaan; daar zij kouder is, onttrekt zij
het bij iedere wuiving een weinig warmte. Bovendien werkt de
door den luchtstroom versnelde verdamping (§ 370) van het
vocht, dat steeds op de oppervlakte der huid voorhanden is,
mede tot die verkoeling. Het heete water koelt zich eerst aan de
oppervlakte af, waar het met de lucht in aanraking is en de
verdamping plaats heeft (§ 371), en zinkt dan; warmere deeltjes
stijgen op, koelen zich ook af en zinken insgelijks. Deze stroo-
mingen bij het afkoelen eener vloeistof zijn bij brijachtige spij-
zen, rijst en dergelijke, niet mogelijk, waarom zij uren lang
warm Inlijven.
Aanwen- 391. Aanwending van goede en slechte warmtege-
dingvan leiders. De verscheidenheid in het geleidingsvermogen der lig-
^slechtT chamen vindt talrijke aanwendingen. Goede warmtegelei-
warnite- ders worden a a n g e \v e n d w a n n e e r m e n w a r m t e
geleiders
'snel wil verbreiden, slechte wanneer men de
warmte ergens wil terug houden.
Om water snel aan het koken te brengen gebruikt men m e-
talen ketels, en om zich snel te kunnen warmen, ij z e r e n
k a g c h e l s.
Daarentegen doen de slecht geleidende kleedingstoffen
en bedden het ligchaam zijne warmte behouden, op gelijke
wijze als zij eene warmflesch beletten, zich snel af te koelen;
ruime kleederen zitten warmer dan eng sluitende, omdat