Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
746
Veilig- 5. De veiligheidskleppen. Vooral moet de ketel
klepprn ^^^^ veiligheidskleppen voorzien worden. Zij worden zoo ingerigt
als haar uitvindèr Papin ze aan den Papiniaansehen pot (§ 366)
aangebragt heeft; alleen moet de opening veel grooter zijn.
Meestal worden er twee veiligheidskleppen aangebragt en de
eene achter het slot gehouden, opdat zij voor de arbeiders niet
toegankelijk zij. Bij te groote spankracht opent de stoom de
kleppen en stroomt uit; de machinist opent de veiligheidsklep
wanneer het werktuig stil moet staan.
De meeste ontploffingen van stoomketels zijn aan
Springen eene te groote belasting der veiligheidsklep en aan eene onge-
stoom ^^ gebrekkige voeding van den ketel toe te schrijven,
ketels. Zoo had er eene vreeselijke ontploffing van den stoomketel in
eene engelsche fabriek plaats ten gevolge der onvoorzigtigheid
van eenen arbeider, die op de veiligheidsklep ging zitten en
aan zijne makkers het schouwspel van de schommelende bewe-
ging wilde aanbieden, waarin hij naar zijn zeggen gebragt zoude
worden, wanneer de stoom sterk genoeg zou geworden zijn om
hem op te ligten. De klep kon zich niet openen, de ketel sprong
en de stukken doodden en wondden een groot aantal menschen.
— Isde voeding van den stoomketel op de eene of
andere wijze belemmerd en er te weinig water in, dan wordt
een gedeelte der aan het vuur bloot gestelde ketelwanden ont-
bloot en te sterk verhit; maar de ketel levert te weinig stoom,
het werktuig gaat langzamer en de arbeider versterkt het ^iiur
en tevens het kwaad. De ketel geraakt aan 't gloeijen en ver-
liest daardoor zijne vastheid; hij wordt met bijkomend water
gevuld, en nu begint eene zoo geweldige stoomontwikkeling,
dat de ketel springt, zelfs wanneer de veiligheidsklep zich opent.
In eene branderij te Edinburg was een groote stoomketel, van
twee veiligheidskleppen voorzien, in werking gebragt en werd
reeds op den twaalfden dag door eene ontploffing verbrijzeld;
het bovenste gedeelte van den ketel, 7000 ponden zwaar, brak ,
omhoog vliegende, door het gemetselde gewelf der werkplaats