Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 410.
735
dit verrigt, is de stoomschuif, welke zich met veelvuldige wij-
zigingen in alle stoomwerktuigen be-
vindt. De stoom komt uit den ketel
niet onmiddellijk in den stoomcilinder,
maar hij treedt uit de stoombuis R eerst
in een besloten bak, de stoomkas
A', digt bij den cilinder C. De cilin-
der is met de stoomkas verbonden door
twee openingen o en u, de eene nabij
haren bovensten, de andere nabij den
ondersten bodem; bovendien is de
stoomkas van onder door eene buis A
met den beneden den stoomcilinder
aangebragten, in de teekening niet
voorgestelden condensor in gemeen-
schap. In de stoomkas bevindt zich de
s c h u i f k 1 e p S, die, als het gewig-
tigste deel der stoom verdeeling, dient
om den uit den ketel komenden stoom naar de eene zijde van
den zuiger te leiden en gelijktijdig voor den te verdigten stoom
aan de andere zijde van den zuiger den weg naar den condensor
te openen. De schuif klep is eene aan beide zijden opene buis,
niet zoo wijd als de stoomkas, zoodat de stoom, die door de
buis II uit den ketel komt, steeds om het middelste ge-
deelte van die buis heen stroomen en de ruimte der
stoomkas, die deze rondom zich vrij laat, opvullen kan. Boven
en onder heeft de buis S, welke de klep vormt, uitstekende
randen, welke als zuigers naauwkeurig aan de binnenwanden
der stoomkas sluiten, zoodat de geheele schuif klep als 't ware
uit twee zuigers bestaat, welke op de beide
einden eener opene buis gezet zijn.
Is de klep naar boven geschoven, zoo als in fig. 410, dan
staan hare beide uitstekken of zuigers boven de openingen,
die uit de stoomkas naar den cilinder leiden. De versehe stoom
1
f
l^ü
I
ii;.
\