Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
dat de koker zich begint te bewegen en de wrijving overwonnen
wordt. Daartoe zal een vrij aanzienlijk gewigt noodig zijn. De ko-
ker glijdt dan langzaam op de horizontale vlakte voort. Deze wrij-
ving van een glijdend ligchaam , gelijk eene slede op de sneeuw-
baan of eene vrachtslede op de straat ze te overwinnen heeft,
wordt de glijdende wrijving genaamd.
Proef b. In tegenstelling daarmede voorzie men den ko- Köl-
ker, volkomen als in proef 39 weder van eene spil, om ^^slke'®"^®
hij bij eene rollende of wentelende beweging gemakkelijk draaijen telen-
kan, legge hem met den ronden kant op het plankje of de tafel ^^g.
en leide den draad van den koker af weder over de katrol, ging.
Reeds een klein stuk ijzerdraad of een kleine sleutel, dien men
aan den draad hangt, zal den koker thans bewegen. De wrij-
ving van een zich wentelend of rollend ligchaam noemt men
gewoonlijk de rollende of wentelende wrijving. Beide uit-
drukkingen, glijdende en rollende wrijving, zijn vrij on-
geschikt gekozen, maar daar zij door het gebruik eenmaal ge-
wettigd zijn, is het moeijelijk ze door juistere te vervangen.
Gelijk de proef leert, is de rollende wr ij ving veel ge-
ringer dan de glijdende. Terwijl een glijdend ligchaam
bij zijne beweging de uitstekende oneffenheden moet wegrukken
en verbreken, of daarover heengetild worden, heffen die van
een rollend ligchaam zich bijna ongedeerd uit de laagten zijner
baan op en veroorzaken de bewegende kracht een geringeren
arbeid.
Om die reden tracht men dikwijls de glijdende wrijving te
vermijden en de wentelende in hare plaats te stellen. Bij
het vervoeren van steenblokken of metaalmassa's bezigt men
rollen; door twee rollen wordt de last gedragen en op eene
baan van sterke planken voortgetrokken; eene derde rol wordt
van voren onder den last gelegd, wanneer hij op het punt is
de achterste rol te verlaten, die men er van voren weder onder
legt. Op den zelfden grond verklaart men het gebruik van schij-
ven onder rolstoelen en andere meubelen, en van de rade-