Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
718
nog door met loof bedekte boomtakken overschaduwd worden.
375. Nevel en wolken. Nevel en wolken ontstaan wan-
nevels.
neer opstijgende waterdampen in koudere luchtlagen aankomen.
Wij nemen de nevelvorming in het klein boven ieder vat
met heet water waar; de daaruit opstijgende damp komt
in koudere lucht, wordt in de lucht zelve en zonder aanraking
met een vast ligchaam half verdigt en zigtbaar.
In het groot vormt zich de nevel (of mist) bij voorkeur op
herfstavonden, boven rivieren of meren of boven den vochtigen
grond. Uit het water, dat langer warm blijft, stijgen wegens zijne
hoogere temperatuur nog altijd dampen op; maar de koudere
dampkring is niet in staat, ze in hunne onzigtbare dampge-
daante op te nemen en te bergen. Zij beginnen zich te verdig-
ten en vertoonen zich iu den overgangsvorm van holle water-
blaasjes , wier omvang buitengewoon klein is. Op de zeepbellen
gelijkende, met lucht gevuld en door een fijnen watersluijer om-
huld, worden de waterblaasjes van den nevel eene poos door
den dampkring gedragen en zinken dan neder. Vallen zij op
wärmeren grond of water, dan stijgen zij andermaal als damp
en nevel op. De aanhoudende verschijning van den nevel heeft
daarom haar bestaan te danken aan eene afwisseling van vergaan
en weder ontstaan.
Wolken zijn niets anders dan nevels in hoogere luchtlagen.
Wolken, even als mist niets anders is dan op den grond liggende wolken.
De bewoners van het dal zien de toppen der bergen in wolken ge-
huld , terwijl de reiziger op bergen op deze hoogten door den
mist wandelt. Door de opstijgende luchtstrooming omhoog ge-
voerd, gaan de dampen in den nevelvorm over zoodra zij kou-
dere luchtlagen aanraken. Eene wolk verandert zigtbaar hare
gedaante en haren omvang; er zinken waterblaasjes in haar
neder, die, in warmere luchtlagen gekomen, zich weder in damp
oplossen, en nieuwe waterblaasjes sluiten zich aan. Zelfs eene
geheele wolk, die langzaam in warmere luchtlagen nederdaalt.