Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
716
geworden, die te voren reeds in onzigtbare gedaante de thans
bedauwde voorwerpen omzweefden.
Proef Legt men na zons-ondergang vóór eenen naeht,
AiKoe- . _ ^
ling van ^vïiarin dauw te verwachten is, eenen thermometer in het nog
niet bedauwde gras, dan zal men zijne temperatuur lager vin-
den dan die der lucht. In heldere stille nachten worden
voorwerpen op de oppervlakte der aarde kou-
der dan de lucht en verdigten daarom de hen omhullende
dampen der lagere luchtlagen. De afkoeling gaat het bedauwen
vooraf.
^ Proef c. Men hange op geringen afstand boven den grond
keaf- tegelijk een vlokje wol en een blank stuk metaal op. Is
koeling. afkoeling van den grond begonnen, dan onderzoeke men met
den thermometer de warmte van beide ligchamen; de wol zal
zich meer afgekoeld hebben dan het metaal, en des morgens
zal men de wol met dauw bedekt vinden, maar het metaal niet
of veel minder.
Alle voorwerpen aan de oppervlakte der aarde zenden warm-
testralen in de koude hemelruimte uit, die men niet zien, maar
wier werking men waarnemen kan. Door dit uitzenden van
warmte worden zij zeiven afgekoeld en koelen daarom ook de
dampen om zich heen af. Doch gelijk de proef leert, koelen
niet alle ligchamen in den nacht zich even sterk af; bij gevolg
zullen ook niet allen zich met dauw kunnen bedekken. Gras
en bladeren, ook glas, papier, vederen en wol, verkoe-
len door de nachtelijke warmtestraling veel meer dan de
metalen en nog meer dan zand en steenen. Daarom worden gras
en bladeren het meest bedauwd.
Proef d. Wie in de vroegte van een zomermorgen zich in
wolkten de open lucht begeeft, vindt dat onder de groote takken der
hemel boomen de grond niet bedauwd is. Om de oorzaak van dit
der een verschijnsel uit te vorsehen sla men des avonds vier korte stok-
sehevm jjgjj grond, wier punten zich een a twee palmen boven
dauwt O i
het niet. de graszoden verheffen, en legge op de stokken eene plank of