Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
750
voorzien is, teekene op eene papieren schijf een in verschei-
dene deelen verdeelden cirkel, steke de vrucht in het doorboorde
middelpunt van den cirkel en hange den toestel voor het ven-
ster op. Bij vochtige lucht wikkelt de rank zich
open, doordien zij den waterdamp der lucht opneemt; bij droog
weder wikkelt zij zich meer ineen.
373. Hygrometer en psychrometer. Naauwkeuriger uit-
komsten dan door de pas beschrevene, weinig te vertrouwen hy-
groscopische toestellen verkrijgt men door eene handelwijze,
waarbij men de in don dampkring voorhandene dampen zoo ver
afkoelt tot zij gedeeltelijk in de drupvormig vloeibare gedaante
terug keeren.
Drooge, In iedere ruimte kan bij eene bepaalde temperatuur slechts
en verz^^ eene bepaalde hoeveelheid waterdamp voorhanden zijn, en wel
digde des te meer hoe grooter hare warmte is. Bevat de lucht wer-
lucht. jjgjjjjj 200 veel damp als zij bij hare temperatuur in staat is op
te nemen, dan zegt men, dat zij met waterdamp verzadigd
is; wij noemen de lucht vochtig wanneer zij bij hare tem-
peratuur den toestand van verzadiging nabij is, droog wan-
neer zij daarvan nog ver verwijderd is. Er kunnen op een win-
terdag en op een heeten zomerdag volkomen gelijke hoeveel-
heden damp in den dampkring voorhanden zijn; maar terwijl
zij in den winter daardoor zeer vochtig wordt, toont zij zich in
den zomer, daar zij bij hooger warmte meer dampen kan op-
nemen, tamelijk droog. Wordt eene met vochtigheid verzadigde
luchtmassa slechts weinig afgekoeld, dan kan bij hare geringe-
re warmte de vroegere hoeveelheid damp niet blijven, maar een
gedeelte daarvan wordt als dauw of regen drupvormig vloeibaar.
Intusschen is de lucht gewoonlijk niet verzadigd, maar
zij zou het bij onveranderde hoeveelheid des waterdamps zijn
indien zij kouder ware. Nu laat zich de warmtegraad vinden,
bij welken voor de heerschende vochtigheid der lucht eene ver-
zadiging der lucht plaats zou hebben.