Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
703
temperatuur van het gloeijende metaal niet te laag zijn, en die
eener gesmoltene metaalmassa mag niet zoo ver gedaald zijn,
dat zij op het punt is om weder vast te worden.
369. De verdamping. De vaste ligchamen gaan, vooron- Dever-
dersteld dat zij geen scheikundige verandering ondergaan, slechts
dan tot den vloeibaren toestand over, wanneer zij tot het smelt-
punt verwarmd worden. Op daarmede overeenkomstige wijze gaat
eene vloeistof bij gewone drukking der lucht tot damp over wan-
neer zij tot het kookpunt verhit wordt; doch de dampvor-
ming is geenszins tot deze hooge temperatuur beperkt, maar
de verandering van vloeibare ligchamen in lucht-
vormige heeft bij iedere temperatuur plaats.
Proef ö. Men vuile een schaaltje of schoteltje met water
en late het eenige dagen in de kamer staan. Van dag tot dag
zal men, welke temperatuur er ook in de kamer heersche, vooral
door weging aan eene goede balans, eene vermindering der vloei-
stof waarnemen, die veroorzaakt is doordien een gedeelte er van
in den luchtvormigen toestand overgegaan en in den dampkring
opgestegen is.
Proef h. Giet men eenige droppels z w a v e 1 e t h e r in een
schoteltje, dan verandert hij in weinige oogenblikken in damp.
De zwavelether is vlugtiger of gaat ligter en sneller tot den
luchtvormigen toestand over dan water.
Zoo verdwijnen de dauwdroppels, welke des morgens
de weiden bevochtigen, in weinige uren, terwijl zij den damp-
vorm aannemen; het regenwater op de straten droogt, ter-
wijl het dampvormig wordt, bij ons in den zomer spoedig op,
en niet zelden droogen de regenbakken in de heetere ge-
westen uit. Het droogen van nat linnengoed is niets
anders dan hel overgaan van de daarin bevatte vochtigheid in
dampvormigen toestand; men kan zelfs in de strengste winter-
koude , wanneer het water dat er aan hangt bemest, de wasch
droogen, maar het zal nu langer duren, eer zij volkomen droog