Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
696
Fig. 3S9.
bierglas op
de kookhitte
is gekomen,
hetgeen men
ook zonder
daarin ge-
plaatsten
thermometer,
daaraan kan
bespeiiren,
dat de uit de
buis opstij-
gende water-
dampen tot
aan de oppervlakte des waters opstijgen, zonder merkbaar kleiner
te worden. De intusschen verloopene tijdruimte zal aan de eerste
tijdruimte ongeveer gelijk zijn. Het bierglas wordt weggenomen,
de lamp verwijderd en beide glazen gewogen. In de kook-
flesch bevindt zich een lood minder, in het bierglas een lood
water meer dan te voren.
De waterdamp, uit de kokende vloeistof in de kookflesch
opstijgende, heeft geen anderen uitweg dan door de buis in
het koude water in het bierglas. Daarin wordt hij afgekoeld,
geeft zijne warmte aan het water af en verdigt zich zelfs weder
tot eene drupvormige vloeistof. Daar in het bierglas thans een
lood water meer voorhanden is, zoo is er in de kookflesch een
lood water verdampt. ïot verandering van dit water in damp
werd de zelfde tijd vereischt als om de 5 lood water, dat zich
eerst in de kookflesch bevond, tot het kookpunt te verhitten.
Maar iu gelijke tijden geeft de spirituslamp gelijke hoeveelhe-
den warmte aan de kookflesch af. Bij gevolg is in het eene lood
damp nog eene even zoo groote hoeveelheid warmte overgegaan
als vereischt wordt om 5 lood water van O tot 100 graden C
te verhitten. Deze warmtehoeveelheid van 5 maal 100 graden