Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
695
Damp — warmte
Vloeistof — warmte
Vast ligchaam.
2) Voorde kokende vloeistof leidt de proef tot de vol-
gende uitkomst.
Wet; Eene reeds kokende vloeistof kan in
een open vat niet nog sterker verhit
worden.
Een levendig vuur is daarom ondoelmatig wanneer de vloei-
stof slechts aan het koken gehouden moet worden en bewerkt
niets anders dan dat een groot gedeelte daarvan in den luchtvor-
migen toestand overgaat. Menigmaal echter heeft men juist ten
doel, de vloeistof gedeeltelijk of geheel te verwijderen door ze
te laten verdampen. Bij het verkoken wordt de vloeibare
massa van eene dun vloeibare eene dik vloeibare; bij het v e r-
dampen wordt de vloeistof geheel uitgedreven en uit zout
water, onder hetwelk vuur onderhouden wordt, stijgt het water
als damp op, en het zout blijft als overschot in het vat. Moet
eene spijs warm gehouden en tevens voor aanbranden beveiligd
worden, dan bedient men zich van het waterbad; men doet
ze in een pot, die in een grooteren, met kokend water gevul-
den , hangt; het daaronder brandende vuur is niet in staat de
temperatuur boven het kookpunt te doen klimmen.
Proef Zi. Men doorboort met eene ronde vijl de kurk eener Vrij wor-
kookflesch en steekt in het geboorde gat den kortsten arm eener ^am^e.
tweemaal gebogene glazen buis, zoodat hij er luchtdigt in past.
Den längsten arm laat men in een beker of een bierglas tot op
den bodem reiken. Daarop giet men in ieder dezer beide gla-
zen V ij f lood ijskoud water en verwarmt de kookflesch op een
drievoet door eene spirituslamp.
Den t ij d, die noodig is om de 5 lood water in de kookflesch
aan het koken te brengen, teekent men aan, laat echter het ko-
ken nog zoo lang voortduren totdat ook het water in het
ck. nat. 45