Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
692
daarbij kleiner worden en aanvankelijk weder verdwijnen, zon-
der aan de oppervlakte des waters te komen. Dit zijn blazen
van waterdamp, van water, dat door de warmte in den
luchtvormigen toestand is overgegaan, maar gedurende het op-
stijgen door de nog niet genoeg verwarmde vloeistof afgekoeld
en daardoor gedwongen wordt in den vloeibaren toestand terug
te keeren. Is de gansche vloeistof tot 100 graden C. verhit,
dan stijgen er veel meer dampblazen op; zij brengen de geheele
watermassa in eene golvende beweging, komen tot aan de op-
pervlakte en breiden zich, terwijl zij barsten, in den dampkring
uit. De golvende beweging eener verwarmde
vloeistof, welke door de in haar opstijgende
dampen voortgebragt wordt, noemen wij het ko-
ken dier vloeistof.
Voor het koken heeft dat eigenaardige geruisch plaats, dat
men het zingen of razen van het water pleegt te noemen:
het ontstaat doordien de opstijgende dampblazen in het nog niet
tot de kookhitte verwarmde water barsten, en de vloeibare wa-
terdeeltjes dan op elkander vallen. Het stooten eener kokende
vloeistof wordt daardoor veroorzaakt, dat zich plotselijk eene
betrekkelijk groote massa vloeistof in damp verandert, zich met
geweld uitzet en tegen de vloeistof en het haar omsluitende vat
naar alle zijden eenen stoot uitoefent.
364. De terugkeer van den damp in den nevelvorm
en den drupvormig vloeibaren toestand. Door mededee-
ling van warmte wordt een vast ligchaam in eene vloeistof
veranderd, en bij verdere verwarming gaat deze in den vorm
van damp, dat is in den luchtvormigen toestand over. Door
onttrekking van warmte wordt eene reeks van veranderingen in
omgekeerde orde voortgebragt. Wordt aan den damp warmte
ontnomen, dan keert hij in den vloeibaren toestand terug, en
wordt ook aan deze vloeistof nog warmte onttrokken , dan keert
zij weder in haren oorspronkelijken vasten toestand terug.