Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
Wet: Zoo menigmaal de hoogte van een hel- Wet
. voor
lend vlak in zijne lengte begrepen is, j,et
even zoo menigmaal is de kracht, die in hel-
de rigting van het hellend vlak werkt,
bij het evenwigt in den last begrepen.
30. Dienst en gebruik van het hellend vlak. Gelijk Dien-
de enkelvoudige werktuigen der eerste groep dient ook het hel-
lend vlak ter uitvoering en verligting van werktuigelijken arbeid, het
Gesteld dat men een last van 400 pond een palm hoog te bren-
j-ig_ 34_ gen heeft en een hellend vlak.
g vlak te hulp neemt, dat
bij 8 palm lengte een palm
tijgt, welks hoogte alzoo
'/s van de lengte is, dan heeft men door aanwending van dit
werktuig de te besteden kracht tot het achtste gedeelte van den
last, tot 50 pond , verminderd. Heeft men nu echter minder ar-
beid? De kracht van 50 pond moet een 8 palm langen weg door-
loopen of 8 maal zoo lang werken om den last op een palm lood-
regte hoogte te brengen; zoo menigmaal de kracht op het hellend
vlak eene palm aflegt, wordt de last slechts Vs palm opgeheven.
Ook hier wordt weder de gulden regel (proef 17) bevestigd, dat
aan den weg verloren wordt, wat men aan kracht gewonnen heeft.
De te verrigten arbeid bedroeg, daar 400 pond 1 palm hoog
opgeheven moesten worden, 40 kilogrammeter; de arbeider zelf
verrigt daarentegen op het hellend vlak 8 maal een arbeid van
5 kilogrammeter. De volbragte arbeid is derhalve met het hel-
lend vlak vooral niet grooter dan zonder het werktuig; veeleer
ontstaat er bij zijn gebruik een verlies van arbeid, dat des te
grooter is, hoe meer zijne oneffenheden de beweging van den last
tegenhouden.
Bij het bouwen met hardsteenen legt men schuine Ge-
hellingen aan; de metselaars leggen de zware steenen op een ''y^n^
van hunne smalle kanten en bewegen ze tegen de helling op, het