Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
691
deelen glauberzout en 4 deelen zoutzuur zamengesteld worden;
de ijsbereiding, die op eene koele plaats en na voorafgaande
afkoeling van liet daartoe te gebruiken water verrigt wordt,
duurt dan veertig minuten; na de helft van dezen tijd wordt
het watervat in een versch mengsel uit de zelfde bestand-
deelen gezet. Een ander verkoelend mengsel bestaat uit gelijke
ge^vigtsdeelen van salpeterzuren ammoniak en water, een ander,
dat veel gebezigd wordt, uit 5 deelen sal-ammoniak, 5 deelen
salpeter cn 10 deelen water.
DE DAMPVOEMING.
363. De dampvorming bij het koken Het
Proef. Een kookfleschje of eene eenigzins wijde reageerbuis
vuile men ter helft met water, omwikkele het glas nabij zijne
opening met papier, vatte het hier aan en houde het boven de
spirituslamp. Gemakkelijker is het, wanneer men eenen drievoet
neemt, zoo als die bij eene koffij- of theemachine behoort, een
ijzerdraad, volgens de in § 213 opgegevene wijze gebogen, er
over legt, de kookflesch daarop , en de aangestoken spirituslamp
daaronder zet.
Binnen kort vertoonen zich aan de
wanden van het glas vele kleine pa-
rels , die omhoog stijgen. Het zijn
luchtbellen, die door de warmte
uitgezet en uit het water verdreven
worden. Tusschen de waterdeeltjes be-
vond zich lucht, die aan de vloeistof
den vcrfrisschenden smaak verleende,
dien warm geworden water niet meer
heeft. Is het water heet geworden, dan
vormen zich op den bodem van het
glas grootere, zilverheldere blazen , die eveneen.? opstijgen, maar
Fig. 387.