Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
689
wärmte, in de sneeuw is de zelfde hoeveelheid wannte inge-
drongen als in het water. Het water is door de ingedrongene
warmte warm, maar de sneeuw^ vloeibaar geworden; met
deze heeft de warmte zich zoo innig verbonden, dat wij ze noch
door het gevoel, noch door den thermometer kunnen bemerken,
zij blijft voor ons verborgen.
Proef c, In den'pot, die het tot 77 graden C. verwarmde
water bevat, schudde men onder snel omroeren een pond sneeuw
van nul graad en dompele er een thermometer in zoo ras de
sneeuw gesmolten is. Het kwik daalt en zet zich op nul. De
sneeuw heeft de 77 graden warmte in zich opgenomen en is
daardoor vloeibaar geworden.
Geheel het zelfde verschijnsel heeft bij het smelten van an-
dere ligchamen plaats. Altijd wordt tot den overgang van een
vast ligchaam in den vloeibaren toestand eene bepaalde hoeveel-
heid warmte vereischt, die zijne temperatuur niet verhoogt. De
warmte, die in de smeltende ligchamen overgaat en tusschen
zijne deeltjes indringt, noemt men latente (verborgene) of
gebondene warmte.
Ieder ligchaam is uit kleine deeltjes zamengesteld, die boven j^q
en naast elkander liggen en rie der
atomen genaamd worden.
De atomen raken elkander
niet aan, maar zijn door tus-
schenruimten van elkander
gescheiden, die grooter of klei-
ner zijn, al naar den toestand,
waarin het ligchaam verkeert.
Bij de vaste ligchamen schij-
nen die tusschenruimten het kleinst te zijn; grooter zijn zij
bij vloeistoffen, nog grooter bij de luchtvormige ligcha-
men. Bij het verwarmen worden de atomen van elkander ver-
wijderd, bij het verkoelen worden zij door hunne onderlinge aan-
trekking weder nader tot elkander gebragt.
Fig. 3S6.
atomen.