Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
688
bleven en dat de plaat om te smelten dus eene aanmerkelijk
hoogere temperatuur dan vroeger noodig had, waarom men van
het gebruik dezer platen heeft afgezien.
Gebonde- ^61. De gebondene warmte van eene drupvormige
ne warm- vloeistof.
te van Proef Op een kouden winterdag vuile men een schotel
een drup- ^ ^
vorraige met sneeuw of gestampt ijs en zette dien in de nabijheid der
vloeistof. kagchel. Dompelt men een thermometer in de sneeuw,
dan zal hij, in geval zij zeer kond is, eerst verscheidene graden
beneden het vriespunt aanwijzen. Allengskens echter verwarmt
zich de sneeuw, en de thermometer rijst tot nul. Maar nu stijgt
hij niet hooger, ofschoon er voortdurend van de kagchehvarmte
in de sneeuw dringt en ze doet smelten; gedurende den
geheelen tijd van het smelten blijft hij onbewe-
gelijk ophet zelfde punt staan, en eerst wanneer
het laatste stukje sneeuw gesmolten is, stijgt de temperatuur
van het nu vloeibaar gewordene water. Alle bijkomende warmte
wordt tot op dit oogenblik besteed om het vaste ligchaam in een
vloeibaar te veranderen en is niet in staat geweest zijne tempe-
ratuur te verhoogen.
Proeft. Men vuile twee gelijke potten, den eenen met
een pond water van 0°, den
Fig. 3s5. anderen met een pond sneeuw
^ ^ van O'^, en zette die op de kook-
plaat eener heet gestookte kag-
chel. Zoodra de sneeuw gesmolten
is, neme men beide potten van de
kagchel. Eeeds door het indoopen
van den vinger zal men vinden dat
het water in het eerste vat warm geworden, maar het sneeuw-
water in het tw^eede vat koud gebleven is. Zet men er een thermo-
meter in, dan wijst hij in het eerste ruim 7 7 graden C. of 62R., in
het tweede O gr. Beide potten ontvingen van de kagchel even veel