Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
687
metaal zich genoegzaam afkoelen, dan keert het tot den vasten
toestand terug: het stolt.
De temperatuur, bij welke een ligchaam smelt, heet, zijn
smeltpunt. IJs, in een schotel in eene verwarmde kamer
gebragt, smelt, terwijl eene smeer- of waskaars door de zelfde
kamerwarmte nog niet gesmolten wordt; boven de spirituslamp
wordt was veel sneller vloeibaar dan tin of lood. De warmte-
graad, bij welken het smelten plaats heeft, is derhalve voor
onderscheidene ligchamen zeer verschillend. Smelt een ligchaam
reeds bij een lageren warmtegi-aad, dan heet het ligt smelt-
baar; smelt het eerst bij hoogere temperatuur, dan noemt
men het m o e ij e 1 ij k smeltbaar. Terwijl ijs reeds bij O ,
kaarsvet bij ongeveer 38 en was bij 63 graden C. smelt, wordt
tin eerst bij 230, geel koper bij 875 , goud en ijzer zelfs eerst
bij 1200 graden vloeibaar. Daarentegen smelten de meng-
sels van metalen veel ligter dan de afzonderlijke metalen Metaal-
en worden daarom tot solderen gebruikt, omdat het soldeer ge-'^^^Ssels.
makkelijker moet smelten dan de metalen, die door zijne ad-
haesie aan elkander vastgehouden moeten worden. Het sol-
deer der blikslagers bestaat uit twee deelen tin en een deel
lood en wordt nog ligter vloeibaar door eene bijvoeging van
bismuth. Het naar zijnen uitvinder zoogenaamde metaalmeng-
sel van Ho se uit twee deelen bismuth, een deel lood en een
deel tin vereischt om te smelten naauwelijks de kookhitte van
het water en wordt gebruikt om van stereotypen, houten mo-
delvormen en houtsneden metalen afdrukken voor het bedruk-
ken van papier of geweven stoffen te verkrijgen. Een dergelijk
metaalmengsel heeft men aangewend om het springen der stoom-
ketels te voorkomen; eene korte buis, in den stoomketel ge-
schroefd, wordt met eene plaat van dat mengsel gesloten; zij
smelt wanneer de temperatuur van den ketel gevaarlijk dreigt
te worden en opent voor den stoom een uitweg. Het is echter
gebleken, dat de metalen in zulk eene plaat na eenigen tijd ver-
hittens niet meer zoo innig als te voren met elkander vermengd