Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
681
verwarmde lucht door loodregte warmtebuizen of kanalen naar
de hoogere verdiepingen op. Deze buizen hebben boven den vloer
der te verwarmen kamer opene, van schuiven voorziene zijbui-
zen , uit welke men naar welgevallen warme lucht in de kamers
kan laten gaan. Het gebrek, dat de lucht der aldus verwarmde
ruimten sterk uitgedroogd en voor de gezondheid nadeelig wordt,
gelijk sommigen dit gelooven, kan men gemakkelijk verhelpen
door vaten met water in de stookkamer te zetten.
*0p het zelfde beginsel berust ook de inrigting en de werking
der mantelkagchels, waarvan boven, § 346, reeds is ge-
wag gemaakt. Eene gewone kolomkagchel, lager slechts dan
die men gewoonlijk tot de verwarming van een even groot ver-
trek bezigt, is geheel omringd met een ijzeren koker, den man-
tel, die van onderen en van boven open is, zoodat de sterk
verwarmde lucht van boven daaruit opstijgen kan, terwijl
van onderen steeds weder koudere lucht, van nabij den grond
des vertreks, daarvoor in de plaats komt. Twee voordeelen
worden door deze inrigting verkregen. Ten eerste is het altijd
juist de koudste lucht, van den bodem des vertreks, die langs
de kagchel gevoerd wordt, en ten tweede stroomt die lucht er
veel sneller langs dan zij zonder mantel zou doen ; om beide
redenen wordt dus de warmte, door de brandstof in de kagchel
ontwikkeld, veel volkomener dan anders in de kamer gebragt
en dus belet om in den schoorsteen nutteloos weg te vliegen.
Slechts is hiertoe noodig: 1". dat de mantel niet te laag zij;
hoe hooger toch deze, hoe sneller zich de luchtstroom beweegt,
en 2®. dat die mantel niet, zoo als men dit dikwijls bij gemis
aan gezonde begrippen aangaande de werking des mantils ziet
doen, op eenige of vele plaatsen zij doorboord. Het boren van
een of meer gaten op de helft der hoogte van den mantel heeft
het zelfde uitwerksel alsof men dien de helft korter maakte, en
een mantel van traliewerk doet in het geheel geen dienst. Een
kagcheltje van 7 a 8 palmen hoog en ten hoogste 6 Q palmen
roostervlakte, met een mantel van omstreeks 5 palmen wijd en
44*
i