Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
672
len zijn de volgende: 1) De barometer dient tot het meten van
de drukking der lucht, de thermometer tot het meten
der warmte, door welke het kwik uitgezet wordt. 2) De ba-
rometer moet van onderen open zijn, opdat de dampkrings-
lucht op het kwik kunne drukken; de thennometer daarente-
gen moet overal gesloten zijn, opdat de drukking der lucht
niet medewerke. 3) De indeeling of schaal van den baro-
meter geeft duimen en lijnen of ook strepen aan, als hij tot
wetenschappelijk gebruik is bestemd, en van haar is gemeenlijk
het bovenste stuk alleen zigtbaar. De schaal van den thermo-
meter geeft graden aan, wier lengte zich naar de grootte van
den fundamentelen afstand (§ 351) rigt en daarom bij verschil-
lende thermometers verschillend uitvalt. 4) Eindelijk heeft de
barometer eene volkomen bepaalde lengte, omdat de hoog-
te der kwikkolom een bepaald getal van duimen bedraagt; de
thermometers echter hebben ongel ij ke lengten, omdat de
lengte van den fundamentelen afstand des te grooter wordt, hoe
grooter men den bol en hoe enger de buis maakt.
Gebruik Gl-ebruik des thermometers.
des ther- Proef"- Omsluit men den bol van een thermometer met
"ters^" de vooraf droog gewreven hand, dan neemt het kwik weldra de
temperatuur of den warmtegraad der hand aan en stijgt, eerst
warmte. ' vervolgens langzamer, totdat het op 34° ïi 35° C. of 9Ö° F.
blijft staan. Dit, of juister de temperatuur van de inwendige
deelen, 36,5° a 37° C., is de bloedwarmte van het men-
schelijke ligchaam.
Kamer- Proef b. In eene verwarmde kamer hange menden
warmte, thermometer noch te digt bij de kagchel, noch bij het venster;
hij neemt de temperatuur der lucht in de kamer aan, die doel-
matig op 60° a 70° F. warmte gehouden wordt, bijzonder wan-
neer er zich zieken in bevinden,
tempera- Proeft. Hoe zeer ons gevoel bij de beoordeeling van den
tuur. warmtegraad kan dwalen, leert de ondervinding, dat de lucht in