Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
671
het natuurlijke ^vriespunt 32 graden warmte aangeteekend is.
Keaumurs verbetering was een bepaalde achteruitgang, in Reaumur,
zoo ver hij tot het vuUen van den thermometer wijngeest met
water gemengd bezigde. Daar duizend deelen van dit mengsel
van het vriespunt tot het kookpunt zich zoodanig uitzetteden,
dat zij eene ruimte vau 1080 deelen innamen, deelde bij den
fundamentefen afstand in 80 graden en teekende het vriespunt
met nul. Deze schaal, welke van de uitzetting van den wijn-
geest ontleend is, heeft men in Duitschland behouden, ofschoon
men zich genoopt vond het vullen met wijngeest te laten varen
en tot het kwik terug te keeren. Het aantal graden tusschen
het vries- en het kookpunt is daarom vrij willekeurig; bij de
indeeling van Fahrenheit m 212 — 32 = 180 en van
Eeaumur in 80 graden, komt nog de boven verklaarde in 100
graden, het eerst door den Zweedschen Hoogleeraar Celsius voor-
geslagen. Om deze drie schalen tot elkander te herleiden moet
men bedenken dat 80° E = 100° C = 180° F; eu bij ge-
volg 4 graden Eeaumur even veel bedragen als 5 graden Cel-
sius of 9 graden Fahrenheit. Als men graden van Fahrenheit
tot andere te herleiden heeft, moet men ze eerst tot het gewone
vriespunt terug brengen door de 32 af te trekken, omdat Fahren-
heit bij het natuurlijke vriespunt reeds 32 graden warmte telt.
Vindt men de opgave „-|- 50° F", dan zijn daarin nog 32 gra-
den Fahrenheit beneden het vriespunt van water; daar boven
liggen slechts 50— 32 = 18° F. Daar nu 9 graden Fahren-
heit gelijk zijn aan 4 graden Eeaumur, en 1 graad Fahrenheit
dus aan graad Eeaumur, zoo zijn 18 graden van Fahren-
heit gelijk aan % X 18 = 8 graden Eeaumur. Bij gevolg be-
teekent -f 50° F het zelfde als + 8° E of als -f 10° C.
Thermometer en Barometer. De barometer (§ 115) en de
thermometer, de beide meest gebruikte natuurkundige werktui-
gen, hebben eene onmiskenbare overeenkomst. Beiden bestaan uit
glazen buizen, zijn met eene vloeistof gevuld, boven deze lucht-
ledig en van indeelingen voorzien. Hunne voornaamste verschil-