Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
660
blijvende stuk worde horizontaal naar de linker zijde gebogen.
Van de beide loodregte
369 einden I en II zal het
eerste digter bij het
oog des waarnemers
zijn en zich vóór het
tweede bevinden. Aan
het uiterste einde ter
regter hand geeft men
met de vijl van onde-
ren eene kleine inke-
ping om daar eenen
draad te kunnen vast-
binden. Bij gebrek aan
een ander onderstel kan
met het linker einde van den koperdraad door de kurk eener
flesch steken en daardoor het geheel laten dragen. Aan het ho-
rizontale gedeelte tusschen I en II wordt nu een tweede ko-
perdraad gehangen, die slechts dun is, ten minste eene lengte
van drie palmen heeft en van boven tot een haakje omgebogen
wordt. Over deze koperdraad schuive men een stukje kurk, en bin-
de daaronder, ten hoogste 1 duim van het ophangpunt van den
koperdraad, een anderen dunnen zijden of katoenen draad aan; het
andere einde van den draad wordt regts om de inkeping van
den sterkeren koperdraad bevestigd. De draad moet gespannen
zijn, en de hangende koperdraad daardoor naar de regter zijde
van de loodregte lijn afwijken. Nog plaatse men onder den han-
genden koperdraad eene kurk, waar van boven de punt eener
naald uitsteekt; het ondereinde van den koperdraad bevinde zich
digt boven de punt der naald. Houdt men de s p i r i t u s-1 a m p
onder het langere, horizontale gedeelte van den koperdraad, bo-
ven het midden van den zijden draad, dan wordt de ko-
perdraad door de hitte uitgezet; zijn regter einde
beweegt zich naar de regter zijde en trekt door middel van den