Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
657
van steen en ijzer gebouwd waren en in welke onder anderen
zwartsel en hennipolie bewaard werden, en de proeven,
op bevel van keizerin Katharina II genomen, leerden dat een
mengsel van die beide stoffen na eenigen tijd begon te rooken
en in heldere vlammen uitbrak, toen men de deur opende. Zoo
verhit zich ook vette wol, die vast zamengepakt is, geperste
wollen stoffen, eer zij gevold en van haar vet beroofd zijn,
en geverniste stoffen, die vast op elkander gelegd zijn
en bij het droogen eene groote hoeveelheid zuurstof opnemen en
verdigten. Natte plantenstoffen, hooi, zemelen, mest,
zaagmeel, die in hoopen vast op elkander liggen, verrotten tot
eene zwarte, koolrijke massa, en verhitten zich onder ontwik-
keling eener aanzienlijke hoeveelheid koolwaterstofgas, dat bij
de toetreding der lucht ontbranden kan; gemalene koffij en chi-
chorei kunnen, als zij warm ingepakt zijn, brand doen ontstaan,
en groote massa's tot poeder gestampte kolen zuigen,
gelijk ongelukken in kruidfabrieken geleerd hebben, luchtsoor-
ten in en verdigten die, tot er eene onbranding plaats heeft.
347. IV. Warmte door de zonnestralen. De hoofdbron Warmte
der warmte op aarde zijn de verwarmende stralen der zon. ,
^ (Je zon-
Proef. Men houde de hand eerst in zulk eene houdingnestralen.
tegen de zonnestralen, dat zij haar zeer schuin treffen, als 't
ware er slechts langs heen strijken. Houdt men daarop de o p-
par vlakte der hand zoo, dat de zonnestralen er regt-
hoekig op vaUen, dan zal men een veel hoogeren graad van
warmte gevoelen dan te voren.
Zoo verrassen schuin staande palen of steenen, die
door de middagzon regthoekig beschenen worden, de hen aan-
rakende hand door hunne hitte. De voeten des wandelaars ge-
voelen de grootere hitte van den grond op de zuidelijke af-
helling van een zandigen heuvel. Op de daken, die bijna
regthoekig door de zonnestralen getroffen worden, smelt de
sneeuw vroeger dan in de horizontale vlakte. Derhalve hangt