Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
656
handen is. Deze proef ziet men door de metselaars menigmaal
in grooten maatstaf verrigten; de gebrande kalk, die tot met-
selen gebruikt zal worden, moet vooraf gebluscht worden, wordt
in opene kuilen geschud en met water begoten; daarbij wordt
eene zoo aanmerkelijke warmte opgewekt, dat de geheele massa
begint te koken.
Verdun- Proef h. Men giet langzamerhand een weinig geconcen-
zwav^el" zwavelzuur in water. Bij de menging ontstaat steeds
zuur. zulk eene verhitting, dat het vat warm wordt, waarom men bij
het verdunnen van zwavelzuur volgens de in § 3.34 opgegevene
wijze te werk gaat. Veel sterker wordt de verhitting, wanneer
men onvoorzigtigerwijze omgekeerd bij het zwavelzuur water
giet.
Chemi- Proef c. Eenige korreltjes chloorzure kali, een zout,
^'^t'uigei'i"'' voorzigtigheid behandeld moet worden, omdat het bij
het wrijven of stooten ontploft, menge men tusschen de vingers
met tot poeder gestooten zwavel. Strooit men het mengsel op
geconcentreerd zwavelzuur, dan volgt er een knappen en
een ontbranden der zwavel. Daarom bevat het fleschje der c h e-
mische vuurtuigen, die nog voor weinige jaren algemeen
in gebruik waren, een weinig zwavelzuur, dat op asbest gego-
ten is, en de daarbij behoorende zwavelstokjes zijn aan hun be-
nedeneinde met een mengsel van chloorzure kali, zwavel, ver-
miljoen en gom overtrokken. Bij het indoopen in het fleschje
wordt het chloorzure kali ontbonden en door de daarbij plaats
hebbende verhitting de zwavel aangestoken; het vermiljoen dient
slechts als kleurstof, en het asbest moet het te diepe indoopen
van het zwavelstokje verhinderen, waarvan de zwavel door de
vloeistof nat gemaakt zou worden.
Wet: Door de meeste scheikundige werkin-
gen wordt warmte opgewekt.
Zeifont- Deze werkingen zijn ook de oorzaak der zoogenaamde zelf-
branding. ontbrandingen. Tegen het einde der vorige eeuw onstond er
te Kroonstad en Petersburg brand in magazijnen, die geheel