Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
653
lang op elkander wrijven tot zij vonkjes toonen; dan omringen
zij ze met drooge bladeren, zwaaijen ze in de lucht heen en
weêr en waaijen daardoor eene heldere vlam aan. Eenigzins vol-
komener is het uit staal en vuursteen bestaande vuurslag.
Gelijk door de heftige en plotselinge wrijving van op elkander
geslagene kiezelsteenen kleine stukjes steen gloeijend losgerukt
worden, en gelijk men des avonds bijna bij iederen stap van een
paard over eene geplaveide straat deeltjes van het hoefijzer gloei-
jend naar alle rigtingen ziet vliegen, zoo neemt men , wanneer
men met een vuurstaal op een vuursteen slaat, talrijke vonken
waar, die sterk genoeg zijn om zwam, tonder of vergaan hout
viuir te doen vatten. Laat men de vonken op wit papier vallen
en beschouwt men ze door een vergrootglas (een brandglas),
dan herkent men daarin stukjes staal, die ten gevolge der hef-
tige wrijving gloeijend geweest zijn. Onze strijklucifers ont-
branden, wanneer men daarmede over eene ruwe oppervlakte
strijkt. Bij het bereiden der lucifers doopt men eerst het eene
einde der houtjes in gesmoltene zwavel, laat die bekoelen en
overtrekt ze met eene brandstof, die uit phosphorus, arabische
gom en veelal ook salpeter zamengesteld is. Phosphorus alleen
zou reeds bij eene gewone zomerwarmte van zelf ontbranden
door zich met de zuurstof der lucht te verbinden; daarom smelt
men den phosphorus in een ijzeren bak of pan onder water,
voegt er gom en na de bekoeling salpeter bij en doopt de zwa-
velstokjes in deze slijmachtige massa. Zoo zijn de phosphordeel-
tjes rondom met gom bekleed, die het toetreden der lucht ver-
hindert; bij het strijken der lucifers wordt het gombekleedsel
losgerukt of afgewreven en de phosphorus zoo verwarmd, dat
hij zich onder ontbranding met de zuurstof der daarin rijke
salpeter verbindt en zoo lang brandt tot de zwavel en daarna
het hout vuur gevat hebben.
345. II. Opwekking van warmte door zamenpersen. Opwek-
Proef. Een smal stukje gom-elastiek worde snel en sterk in