Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
647
De
papier van tien ä vijftien duim
middellijn en beschildert de eene
helft rood, den anderen halven
cirkel geel. Volgens de in proef
323 b en c opgegevene handel-
wijze wordt deze gekleurde
s c h ij f in horizontale ligging
zeer snel omgedraaid. Voor het
oog vermengen zich de beide
kleuren, omdat daarin de in-
druk van het rood nog voort-
duurt, tenvijl die van het geel er reeds bij komt, en geven
te zamen oranje. De zelfde proef wordt even zoo voor groen
en violet verrigt.
P r O e f c. Op gelijksoortige wijze kan voor de door terug-
kaatsing verwekte kleuren bewezen worden, dat zij te zamen kleuren-
wit geven. Men verdeelt eene ronde schijf bordpapier van schijf.
de zelfde grootte als de vorige in zeven of, zoo men blaauw
en donker blaauw voor eene
kleur rekent, in zes cirkel-
segmenten van die grootte,
welke iedere kleur in het
prismatische kleurenbeeld in-
neemt. Er komen op rood 45 ,
oranje 27, geel 49, groen
60, blaauw eveneens 60, don-
kerblaauw 40, violet 80 gra-
den. Ieder segment wordt met
de overeenkomstige kleur be-
schilderd. Even als in proeft
in snelle draaijende beweging
gebragt, moet deze kleurenschijf een witachtig aan-
zien hebben. Om het wit meer te doen uitkomen, dat wegens
de geringe lichtsterkte eenigzins in het grijze valt, doet men wel,
CE. NAT. 42
Fig. 3G4.