Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
645
beneden de zon liggende plaats van het hemelgewelf. Na eeni-
gen tijd zal men eenige palmen hoog boven het vat den damp ,
die zich, allengs afkoelende, in dien trap van overgang bevindt,
roodachtig en geelachtig gekleurd zien.—Het zelfde
verschijnsel neemt men waar aan den uitstroomenden waterdamp
eenige palmen boven de veiligheidsklep eener locomotief.
Dezen trap van overgang doorloopt de waterdamp in de lucht
natuurlijk bij zonsondergang en zonsopgang en laat dan slechts
de oranjeroode stralen der daarachter staande zon door. Tegen
zonsondergang koelt de aardbodem en de lucht zich af,
de zonnestralen hebben een verren weg door de dampen af te
leggen, die zich langzamerhand tot nevelblaasjes (§ 375) ver-
digten , en er verschijnt een prachtig avondrood. Bevatte
echter de dampkring meer dampen en hebben zij zich reeds voor
zonsondergang tot nevels en wolken verdigt, dan vertoont zich
een mat, geel avondrood, een voorteeken van spoedig invallen-
den regen. Des morgens stijgen de dampen eerst op, wan-
neer de zon een tijd lang gewerkt heeft en reeds hoog staat;
dan hebben de zonnestralen een korteren weg door den damp-
kring en gaan door kleinere dampmassa's. Om deze reden is het
morgenrood in den regel minder levendig dan het avondrood.
Is er daarentegen zoo veel waterdamp in de atmosfeer, dat hij
in hare hoogere lagen ondanks de opgaande zon in den vorm
van nevels of wolken overgaat, dan wordt er een prachtig mor-
genrood waargenomen, dat even zeer een voorbode van regen-
achtig weder is als een mat avondrood, terwijl daarentegen
avondrood en graauwe morgenlucht als voorteekenen van schoon
weder gelden.
342. Hoofdkleuren en nevenkleuren. Onder de stoffen, Hoofd-
welke het ivitte licht bij de terugkaatsing ontbinden, en het
oog slechts één soort van gekleurde stralen toezenden, zijn er neven-
zoodanige , die zich tot een fijn stof laten verdeelen. Deze zijn
tot kleurstoffen of schilderkleuren geschikt.