Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
638
nig af, (lat zij ongemerkt voor het oog voorbij gaan. Onder de
door de zon beschenene dauwdroppels vertoont zich voor het
oog de eene rood, terwijl een droppel, die zich op eene lagere
plaats bevindt, zich in violette of eene andereder zeven pris-
matische kleuren vertoont. Heeft men echter eene uitscestrekte
regenwolk voor zich, dan bevinden er zich droppels genoeg
boven elkander, om te zamen alle kleuren van den regenboog
te vertoonen. Van de hoogste droppelen komen hunne onderste,
roode stralen in het oog, terwijl de overige, onder welke de
violette geteekend is, er voorbij gaan. Omgekeerd vertoonen
zich de drop-
pelen op de
binnenzijde
van den boog
violet, en de
overige van
hen uitgaan-
de stralen,
b. V. de ge-
teekende roo-
de straal, tref-
fen het oog
Fig. 358.

11 w»
niet.
Boog- Maar van waar de cirkelboogvormige gedaante van den re-
genboog? Blijkbaar moeten die regendroppelen, welke zich in
genboog. de zelfde kleur moeten voorstellen, ten opzigte van de zon en
ten opzigte van het oog des waarnemers eene gelijke ligging
hebben. Alle uittredende roode stralen vormen met de zonne-
stralen den zelfden hoek; want bij verandering van den hoek
wordt ook de kleur veranderd. Maar tevens moeten de uittre-
dende stralen allen de rigting naar het oog toe hebben; want
anders worden zij niet waargenomen. Eene zoodanige ligging heb-
ben echter slechts de in eenen cirkel liggende drop-
pels. De waarneming leert, dat eene regte lijn, van de