Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
636
Fig. 356. lens van kroonglas geplaatst, neemt eene min-
der uitgehoolde holle lens van flintglas, omdat zij
de violette stralen bijna dubbel zoo sterk afleidt,
de gekleurde randen weg, omdat nu de verschillend
gekleurde stralen den zelfden weg nemen. Maar de
brekende kracht der bolle lens wordt geenszins op-
geheven, omdat het holle glas eene geringere uit-
holing heeft. Een glas, aldus uit eene bolle lens van kroonglas
en eene uitgehoolde lens van flintglas zamengesteld, heet eene
achromatische, d.i. kleurlooze lens. Dergelijke glazen vindt
men thans aan alle goede optische werktuigen.
Begen- 339, De regenboog. Overal, waar talrijk nedervallende
waterdroppels door het heldere zonnelicht beschenen
worden, biedt zich de gelegenheid aan om eenen regenboog waar
te nemen. Hij vertoont zich zoo wel in de verdeeld nederval
lende waterstralen eener groote fontein of van eene bij zonne
schijn beproefde brandspuit, als in den stofregen der waterdrop
pelen, die door een waterval, door de schepraderen eener stoom
boot of den golfslag der zee opgespat worden. In het groot echte
vormt de regenboog met zijne zeven prismatische kleuren, onde
welke rood de uiterste plaats inneemt en violet het verst naa
binnen gelegen is, zich dan, wanneer de zonnestralen eene re
genwolk trefl^en, die zich tegenover de zon bevindt. Waar geene
droppels voorhanden zijn, kan ook geen regenboog ontstaan; is
de regenwand niet groot genoeg van omvang, of vallen er slechts
uit een gedeelte der wolk regendroppelen, dan vormt zich een
gekleurd stuk van een boog. Voorzeker ontstaat ten gevolge dezer
daadzaken de regenboog door eene verandering, welke het witte
zonnelicht in de waterdroppelen ondergaat. In deze wordt
het zonnelicht gebroken en in gekleurde stralen
verdeeld.
Doch na de plaats gehad hebbende breking zouden de ge-
kleurde lichtstralen nog geenszins in het waarnemende oog ko-