Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
632
eeniging van gekleurde stralen, dan moeten deze als men ze
weder vereenigt wit licht geven. Nu heeft eene bolle lens, een
brandglas, de eigenschap, dat zij de daarop vallende stralen in
eene kleinere ruimte vereenigt. Men late daarom de gekleurde
stralen, nadat zij uit het prisma getreden zijn, door een brand-
glas gaan; dit worde loodregt gehouden, en daarachter een
scherm van wit papier zoodanig tegen een ander ligchaam aan-
gezet, dat zijn bovenste gedeelte eenigzins digter bij het glas zij
dan het onderste. De gunstige afstand tusschen het papier en
het brandglas is door proefneming te vinden en moet zoo groot
zijn dat het brandpunt van het glas op het papier valt. Werke-
lijk verschijnt er weder een rond wit zonnebeeld, en het is daar-
door bewezen, dat alle prismatische kleuren te za-
men wit geven.
Geklenr- 337. De gekleurde randen aan de voorwerpen, door
de^an- prisma's beschouwd.
Proef. Men plaatse eene vrij groote strook wit papier lood-
regt, houde het prisma digt voor de oogen en beschouwe het
papier er door heen. Het zal zich door gekleurde randen
begrensd vertoonen. En wel is de bovenste rand rood
en oranje, de onderste rand violet en blaauw, het midden \vit.
Laat P het bovenste punt van de beschouwde strook papier
zijn en de lichtstralen P« en Vb aan het prisma toezenden. De
bovenste dezer
stralen wordt in
gekleurde stralen
ontbonden , van
welke slechts de
onderste , roode
rO in het oog O
aankomt , terwijl
aUe overige kleurstralen, b. v. de violette rc, te hoog liggen
en het oog voorbijgaan. De tweede lichtstraal, die van het
Fier. 354.

-lOoA