Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
630
Het pris- houde men niet ver van het venster een vel karton of stevig
™leuren- p^pi®^' ^^elks midden eene kleine opening geboord is, in
beeld, loodregten stand. Het witte, kleurlooze zonnelicht zal door de
opening van het scherm heendringen, en er zal onder op
den tegenover liggenden muur of beter op een aldaar opgezet
vel papier een wit rond zonnebeeld ontstaan.
Maar nu late men de zonnestralen door het prisma gaan,
welks eene kant onder ligt en dat nabij de opening van het
scherm gehouden wordt. Wegens de breking vertoont zich het
zonnebeeld niet meer op zijne vroegere plaats, de stralen wor-
Rg. 352.
den bij de intrede in en bij den uitgang uit het prisma naar
boven gebroken, en het beeld gaat in de hoogte. Maar ook
de gedaante van het beeld is eene andere geworden; de licht-
stralen hebben zich ten gevolge der sterke breking waaijervormig
uitgebreid, en in plaats van een cirkel neemt men eene lang-
werpige streep waar, die van boven en van onderen door
bogen begrensd wordt. Hij is niet meer wit, maar toont, van
onderen naar boven geteld, de zeven kleuren van den regen-
boog of de prismatische kleuren: rood, oranje, geel,
groen, blaauw, indigo (donkerblaauw) en violet. Doch
deze kleuren zijn geenszins scherp tegen elkander begrensd,
maar gaan allengs in elkander over.
Bij deze proef, die met de grootste naauwkeurigheid in 1666