Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
615
objectief als oogglas eene loupe van 1 duim brandpuntsafstand
behooren; volgens § 327 vergroot de loupe zoo veel maal als
haar brandpuntsafstand in den gezigtsafstand van 25 duim be-
grepen is, dus 25 maal. Het beeld, dat het voorwerp 2 maal
in grootte overtreft, wordt derhalve door de loupe weder 25
maal vergroot. Gevolgelijk vertoont zich het voorwerp 25 X
2, of 5 O maal vergroot. Maar 50 duim was de brandpuntsaf-
stand der voorwerplens, 1 duim die van het oogglas, en daaruit
volgt: de astronomische verrek ij ker vergroot
zoo veel maal als de brandpuntsafstand van het
oogglas in dien van hetvoorwerpglasbegrepen
is. De vergrooting valt des te sterker uit, hoe grooter de
brandpuntsafstand van het voorwerpglas, en hoe kleiner die
van het oogglas is. De brandpuntsafstanden der lenzen laten zich
doorproeven (§ 312a) ontdekken. Om de vergrootende kracht
van kleine verrekijkers, van welken aard zij ook zijn, te leeren
schatten en onderscheidene met elkander te vergelijken, beproeve
men, op welke afstanden men met de verschillende instrumenten
in staat is, een en het zelfde gedrukt schrift te lezen.
Hoe grooter men den brandpuntsafstand van het voorwerpglas
en hoe korter men dien van het oogglas kiest, des te meer ver-
groot wel de verrekijker, maar des te kleiner wordt ook de
ruimte, die men met behulp van den verrekijker overziet, het
gezigtsveld. Tevens neemt bij korteren brandpuntsafstand
van het oogglas de helderheid af; nogtans moet een astro-
nomische verrekijker zulk eene helderheid hebben, dat men
daarmede op helderen dag de gesternten kan vinden en waar-
nemen. Zoo beperken de eischen, die men aan een verrekijker
te doen heeft, elkander wederkeerig, en de kunst van den ge-
zigtkundige bestaat daarin, dat hij aan ieder zijn regt laat we-
dervaren.
2. De aardverrekijker. Geen verrekijker heeft eene zoo
groote helderheid en duidelijkheid als de astronomische; bij de
beschouwing van aardsche voorwerpen ligt echter de wensch
ck. nat. 40