Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
608
Proef/;. Infusiediertjes. Wanneermen uit vijvers of
slooten waterplanten uittrekt, ze met een stukje hout afschrapt
en het daarbij afloopende water in een schoon medicijnfleschje
opvangt, dat men daarop toekurkt, dan bevat het opgevangen
water bijna altijd infusiediertjes. Zij laten zich dagen lang bewa-
ren. Ook kan men zich die verschaffen door bladeren of gras
met water te begieten en bij warm weder eene of twee weken
te laten staan. Om ze waar te nemen doopt men een houten
stokje in de vloeistof, brengt den droppel, die er aan blijft
hangen, op de glasplaat van het mikroskoop en legt er het dek-
glaasje op. Men ziet dan bolvormige en anders gevormde dier-
tjes zich met levendigheid voorwaarts bewegen, i^lotseling om-
keeren of in een cirkel ronddraaijen.
Proef De insecten leveren voor de mikroskopische waar-
neming een rijk veld op. De voelhorens van meikevers too-
nen zeer duidelijk de uit bladeren bestaande pluimpjes, waarin
zij uitloopen;
die der mug
vertoonen
zich draad-
vormig en be-
staan uit om-
trent 14 le-
den. De vleu-
geldeksels
van libellen
en van vliegen
stellen onder
het mikros-
koop fraaije
netten voor,
met bloedva-
ten en aderen doortrokken. Het stof van de vleugels der vlin-
ders wordt in schubben ontbonden , die als dakpannen op elkan-
fifr. 34ié.