Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
606
in het oog komt. Eij avond kan men in de nabijheid eener hel-
der brandende lamp waarnemingen doen. Eij den aankoop van
een mikroskoop komt het vooral op tweederlei omstandigheid
aan: op de sterkte der vergrooting, die tusschen vijf en twin-
tig en vijf honderdvoudige lengte-vergrooting kan af-
wisselen, en op de helderheid en zuiverheid van het beeld.
Mikvos Mikroskopische onderzoekingen. liet mikroskoop
kopische heeft tot gewigtige ophelderingen over het zamenstel van plan-
waarne- ^^^^ ^^ dieren geleid. Een groot aantal van zulke onderzoekin-
mingen. ° ^
gen laat zich reeds met minder volkomene mikroskopen en zon-
der groote voorbereidingen uitvoeren.
Mikroskopische onderzoekingen uit het
p 1 a n t e n r ij k.
Mlkros- Proef rt. De plante ncel. In w^ater, dat langen tijd in
kopische een glas heeft gestaan, en bijna in alle stilstaande wateren vindt
zoekin- groene vlokken, die uit fijne draden bestaan en den naam
gen uit van w^ a t e r d r aden (conferva) dragen. Men brenge een dezer
^tenrijlT waterdroppel op de glasplaat van het mikroskoop,
legge er een dekglaasje op en men zal in het mikroskoop kun-
nen zien, dat de draad uit cellen bestaat, die als in een parel-
snoer op eene rij aan elkander zitten. De cel, de grondvorm
van alle plantvormingen, vertoont zich aan het oog op eenvou-
dige wijze in de beschouwde zuivere cellenplant; tevens ziet men
dat elke cel gesloten is.
Proef/». Gedaante der cel. De ronde of zeshoekige
gedaante der cellen neemt men het gemakkelijkst waar in het
merg van den vlierboom, van de zonnebloem, van de biezen. Met
een scheermes verschaft men er zich door eene dwarssnede een
zeer dun schijfje van en brengt het droog onder het mikroskoop.
ProefLinnen en katoen. Aan den vorm hunner
cellen kan men vlas en boomwol onderscheiden. Vlas of hennip
met zijne lange cellen ziet er onder het mikroskoop als een
overal even sterke, ronde draad uit. De cellen met dunne wan-
den van een katoenvezel vertoonen zich als een platte band met