Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
601
te vroeg vereenigd. Door holle glazen worden echter de
stralen uiteen loopend, hunne vereeniging wordt opgehouden en
heeft later plaats. Naar den graad der verzigtigheid of kortzig-
tigheid moet men, opdat de beelden naauwkeurig en zonder
inspanning van het oog op het netvlies vallen, sterkere of zwak-
kere glazen, dat wil zeggen lenzen van sterker of geringer wel-
ving of diepte, kiezen. Daarom heeft men de brillen in verschil-
lende nummers; meestal geeft dit nummer het getal der (oude,
fransche of rijnlandsche) duimen aan, welke de bol, waarover
de bril geslepen is, in middellijn heeft; de kleinste nummers be-
hooren tot den kleinsten bol, hebben de sterkste welving en
zijn het scherpst. Het geldt als regel, niet die nummers te kie-
zen, door welke men het duidelijkst ziet, maar de volgende
hoogere.
Nog op eene andere wijze laat zich de werking der brillen
beschouwen. Een verziend oog ziet op grooteren afstand dui-
delijk; het komt er daarom op aan, het de voorwerpen meer
verwijderd en tevens, opdat zij nog onderkend kunnen worden,
grooter te doen zien. En door een bol glas schijnen immers,
volgens proef 314, voor het oog, dat er doorheen ziet, de voor-
werpen meer verwijderd en gi-ooter. Wederom ziet een b ij ziend
oog op geringer afstand duidelijk, en volgens proef 315 A vertoo-
nen zich de voorwerpen digter bij, wanneer zij door een hol glas
beschouwd worden.
Loupe
327. De loupe en het enkelvoudig mikroskoop.
Wanneer wij een zeer klein voorwerp duidelijk willen
zien, zullen wij het zoo digt mogelijk bij het oog brengen; voudig
want het vertoont zich grooter naarmate het digter bij is.
Maar de geringste verte voor het duidelijk zien bedraagt voor
een gezond oog twintig duim; voor nog nader bij gebragte
voorwerpen kan het zich niet inrigten noch de stralen op het
netvlies tot een duidelijk beeld vereenigen. Tot het scherp zien
39«