Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
599
spieren in het oog de kristallens sterker bol; nu valt het beeld,
dat zonder zulk eene verandering er achter zou liggen, juist op
het netvlies. Omgekeerd wordt de kristallens bij de beschou-
wing van afgelegene voorwerpen vlakker, zoodat ook nu de
beelden juist op het netvlies worden geworpen.
325. Verzigtigheid en kortzigtigheid. Met den ouder-
dom of door gewenning kan het oog zijn accommodatievermogen tigheid
verliezen. Neemt het slechts verwijderde voorwerpen duide-
zigtig"
lijk waar, zonder zich voor het zien in de nabijheid te kunnen iieid.
veranderen, dan is het verziend geworden. Onderscheidt het
daarentegen slechts nabijzijnde voorweqjen zonder zich voor het
zien in de verte te kunnen inrigten, dan is het oog b ij z i e n d
geworden. Verzigtigheid en kortzigtigheid hebben het gemis of
eene ontoereikendheid van het accommodatievermogen gemeen;
zij ontstaan evenwel, vooral de eerstgenoemde, niet uitsluitend,
ja dikwijls niet hoofdzakelijk door een gebrek in de organen die
aan het oog dit vermogen geven.
De verzigtigheid heeft menigmaal bij gevorderden ouder-
dom plaats, wan-
Fig. 337. ,
neer de vochten in
het oog zich vermin-
deren en de kristal-
lens en het hoorn-
vlies eene minder bol-
le gedaante aanne-
men; dikwijls echter
vindt men dit gebrek reeds vroegtijdig bij jagers, landlieden,
iu 't algemeen bij zulken, die gewoon zijn hunne oplettendheid
op ver afgelegene voorwerpen te vestigen. Het bestaan der ver-
zigtigheid bespeurt men daaraan, dat men gewoon schrift ach-
ter de kaars of ten minste verder van het oog verwijderd moet
houden dan 20 a 34 duim, op welken afstand het voor een
gezond oog het duidelijkst is. Daar het oog het vermogen niet
39