Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
630
op liet naar boven gelegene punt a op het netvlies veree-
nigen. Het gevolg dezer vereeniging van stralen is tweeledig.
Ten eerste ontstaat er een beeld van het punt. Ten tweede maakt
de gezamenlijke werking der stralen den indruk op het netvlies ,
als kwamen zij in de rigting van den midden door de lens gaan-
den ongebroken straal h a. In deze rigting ligt naar ons oordeel
het geziene punt, \vij volgen die en vinden het punt naar b e-
neden. Eveneens zoeken wij een van boven liggend punt, dat
aan het benedengedeelte van het netvlies stralen toezendt, in
de rigting naar boven, waar het ligt. Wij zien daarom de lig-
chamen regt, omdat wij naar den indruk en de rigting der licht-
stralen oordeelen; het ontstaan van het beeld op het netvlies
is slechts een bijkomend verschijnsel en een kenteeken, dat de
stralen, die van een punt uitgaan, ook weder in een punt van
het netvlies een gemeenschappelijken indruk veroorzaken.
Waarom koorts zien wij de dingen met beide oogen enkel, omdat
wij met van beide oogen af de rigting der stralen ons noopt om ieder
oogen plaats te zoeken, waar het zich bevindt. Dit
de voor- kunnen wij echter slechts dan, wanneer de beelden van het ge-
^enke" ligchaam op overeenkomstige plaatsen van het netvlies
zien. vallen, hetzij in beide oogen op het midden van het netvlies, of
in beiden regts van het midden of in beiden links daarvan.
Valt het beeld van een voorwerp in het eene oog op de regter,
in het andere op de linker zijde van het netvlies, dan zijn
wij niet gewoon, beide voor indrukken van een en het zelfde
ligchaam te houden en zien het dubbel, gelijk de volgende
proef leert.
Dubbel Proef. Men houde twee vingers loodregt vlak achter elkan-
zien van der voor het gezigt, zoodat de eene twee of drie palm, de andere
verder van het oog afstaat. Eigt men nu oplettend en aanhou-
dend beide oogen op den naasten vinger, dan valt zijn beeld in
beide oogen op het midden van het netvlies en hij wordt e n-
k e 1 gezien. Daarentegen ziet men den versten vinger dubbel;
zijn beeld ligt in het regter oog links, in het linker regts van