Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
eene opwaarts trekkende kracht van 2 onsen gebezigd wordt,
voorondersteld dat het gewigt der katrol zelve niet in aanmer-
king komt.
Wet: De beweegbare katro'1 is in evenwigt,
wanneer de kracht half ZT)'0 groot is
als de last.
Fig. 28, b. Verbeeldt men zich, gelijk bij de vaste pg
katrol, eene horizontale lijn door de «pil der be-
beweegbare katrol, dan vertoont zij -zich als ^^re'
een eenarmige hefboom, wiens steunpunt daar katrol
ligt waar het van boven vastgemaakte eind
van het touw haar verlaat. De last hangt aan boom.
het middelpunt der katrol en de opwaarts-
trekkende kracht werkt aan haren omtrek, dus
aan een dubbel zoo langen arm. De beweeg-
bare katrol vertoont zich alzoo als een eenar-
mige hefboom, aan welken de arm
der magt dubbel zoo lang is als
die va n den last. Haar
Proef c. De beweegbare katrol geeft ons een middel aan jggj"^'
de hand , om met de eene of andere kracht b ij n a den dubbe- als
len last op te heffen. Men bewege het half pond, de kracht,
in proef a. met de band 4 duim benedenwaarts; wanneer er 4
duim van de koord over de vaste katrol geloopen zijn, zijn de
beide deelen der koord, in welke de last hangt, te zamen 4 duim,
dus ieder 2 duim verkort en gevolgelijk, gelijk men ook bij het
nameten vindt, de last slechts 2 duim opgeheven. Beweegt men
den last met den vinger op of neer, dan ziet men de kracht
tweemaal den weg afleggen. Zoo wordt weder de gulden regel,
(§ 17) bevestigd, volgens welken de dubbele last aan de beweeg-
bare katrol slechts den halven weg doorloopen kan. Bovendien
gaat er van den gebruikten arbeid nog een deel verloren, door-
dien er insgelijks kracht vereischt wordt om de koord te buigen
en de spil der katrol te bewegen.