Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
586
Beoor- Proef Men houde digt naast elkander twee stokken van
^^^(ler"" ongelijke hoogte; laat beiden in loodregten stand met hunne
crroottc benedeneinden het
O
naar Fig. 326.
den ge-
zift ts-
hoek
Kleiner
worden
van den
gezigts-
hoek bij
groote-
ren af-
stand. ^
tafelblad aanraken,
en het oog zich met
het laatste in eene ho-
rizontale lijn bevin-
den. Dan ontvangt
het van de onderste
grenspunten der stok-
ken den lichtstraal
A O, van het hoogste
punt van deu kleinen stok den straal c o en van de hoogste
plaats des grootsten den straal r/ o. De gezigtshoek a o h van
het grootere voorworj) is grooter dan de gezigtshoek c o h van
het even ver van het oog verwijderde kleinere voorwerp; de ge-
zigtshoek van den kleineren stok is slechts een gedeelte van dien
des grooteren. Hoe grooter daarom b ij e e n e r 1 e i af-
stand een voorwerp is, des te grooter is ook
z ij n gezigtshoek; en omgekeerd, hoe grooter de gezigts-
hoek is, onder welken op bekenden afstand een voorwerp zich
vertoont, des te grooter moet ook het voorwerp zelf zijn. Daarom
b e O O r d e e 1 e n w^ ij de grootte van een voorwerp
naar de grootte van zijn gezigtshoek en dwalen
daarin niet ligt bij bekenden of gewonen afstand van het voorwerp.
Proeft. Terwijl het oog zijne standplaats in horizontale
Fig. 327.