Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
578
men het witte vlak hield, niets aan de plek veranderde, ziet
men die nu al grooter en grooter worden, naarmate men dit
vlak op grooteren afstand van het glas houdt. De stralen,
evenwijdig met de as invallende, worden door
een hol glas verstrooid; zij worden verder van elkan-
der verwijderd en loopen zoo uit elkander, alsof zij alle uit een
punt Z komen, dat men het verstrooijingspunt noemt.
Dit verschijnsel is het tegengestelde van dat, hetwelk door een
bol glas wordt voortgebragt; het bolle glas verzamelt de
zonnestralen in één punt, het holle glas verstrooit ze, alsof zij
alle uit één punt kwamen.
Proef Z». Daar de holle glazen de stralen niet werkelijk
lij^ vereenigen, kunnen zij ook geene werkelijke beelden
doen ontstaan, maar slechts schijnbare. Beschouwt men, terwijl
men het eene oog sluit, met het andere door het holle glas op
den afstand van een el of meer eene brandende kaars, dan
vertoont deze zich regtop en verkleind. Om de plaats,
waar de kaars zich vertoont, te bepalen, beschouwde men ze
een tijd lang onafgewend door het glas en schuive dit daarop
schielijk van het oog w^eg. De kaars zelf zal verder verwijderd
zijn dan zij, door het glas gezien , scheen te zijn.
Door een hol glas beschouwd, vertoonen zich
alle voorwerpen regt, verkleind en nader bij.
Verkla- Yan het hoogste punt G vau het voorw^eq) gaat een licht-
straal G o onafge-
F'S- broken door het
midden der
lens, waar hare
oppervlakten bijna
met elkander even-
wijdig zijn; het door
de lens ziende oog
moet daarom de punt der vlam in het een of ander punt der
lijn O G zoeken. Een tweede lichtstraal neemt uit G eenen weg