Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 308.
568
chaam, het water, naderen zij meer de loodregte rigting. Bij
zorffvuldiffe waarnemimj is de schaduw in het das waar te ne-
O O C! ^
men, ofschoon de proef door aanwending van een vierhoekig
met water gevuld glazen kastje of van een massiven glazen dob-
belsteen ongelijk veel duidelijker uitvalt.
Wetten XJit deze proeven blijkt duidelijk dat een lichtstraal, die uit
breking ^^^^ doorzigtige stof in eene andere overgaat, zijne rigting in
van het ixet eene ffeval niet verandert of er ongebroken door been
licht
gaat, namelijk als hij het scheidingsvlak regthoekig treft.
Den regthoekig invallenden straal a b
noemt men de invalsloodlijn
voor het getroffene punt o. Z o o d r a
een lichtstraal schuin op
eene andere doorzigtige
stof valt, verandert hij
zijne rigting of wordt ge-
broken. Terwnjl hij, gelijk proef a geleerd heeft, in het zelfde
vlak, loodregt op de scheidingsvlakte blijft, wordt de straal
m O bij den overgang in het digtere ligchaam zoodanig ge-
broken, dat hij van de invalsloodlijn minder afwijkt; hij wordt
naar haar toe gebroken en komt in v. Komt echter een straal
n O bij het punt o in een minder digt ligchaam, dan wijkt
hij na de breking nog meer van de invalsloodlijn af en slaat
den weg o m in.
Wet: Gaat een schuin invallende licht-
straal in een digter d o o r z i g t i g lig-
chaam over, dan wordt hij hierin naar
de invalsloodlijn toe gebroken; gaat
hij in een ij 1 er ligchaam over, dan
wordt h ij daarin van de i n va 1 s 1 ij n af
gebroken.
Verkla- De verschijnselen der straalln-eking verklaart men daaruit,
dat het licht in de diortere lio-chamen zich met eene g e r i n-
brekin<y. co o
° srere snelheid voortbeweesrt dan in de minder digte. Ten