Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
555
Fig. 293. zich op het papier een heldere kring;
men geve het zulk een afstand van
den spiegel, dat de kring zoo klein
mogelijk wordt en zich bijna als
een punt vertoont. De lichtstralen,
die er evenwijdig opvallen, worden
gevolgelijk door een hollen spiegel
zoo terug gekaatst, dat zij alle ongeveer door een en het zelfde
punt gaan. Dit punt ligt, gelijk men vinden zal, in de as
van den spiegel, in het midden B tusschen het
middelpunt van den bol A en dat van den spie-
gel JA Daar de zonnestralen tevens verwarmen, zoo bewerken Brand-
de terug gekaatste stralen in het punt //, waardoor zij alle
gaan, eene grootere w a r m t e , waardoor brandbare ligchamen
in brand gestoken worden. Daarom heet het vereenigingspunt
der door den hollen spiegel terug gekaatste .zonnestralen het
brandpunt. Bij onzen kleinen spiegel zal de in het brand-
punt verwekte warmte slechts onbeduidend, doch door het ge-
voel aan eenen vinger duidelijk merkbaar zijn; de aanzienlijke
werktuigen van groote holle spiegels worden in § 347 vermeld.
De holle spiegel werkt daarom als brandspie-
gel , omdat alle stralen, evenwijdig met de as
den spiegel treffende, naar het brandpunt te-
rus srekaatst worden.
O O
Proef /v. Het omgekeerde geval heeft plaats, wanneer de ^^
lichtstralen van het brandpunt uitgaan. De ligging van het holle
brandpunt en zijn afstand van den
hollen spiegel is door de voorgaande verlich-
proef gevonden. Nu plaatse men in g^'j
de nabijheid van het brandpunt B
eene kleine kaarsvlam. Het oog ziet
dan den geheelen spiegel met een
helderen lichtglans vervxdd, en een
grooter stuk papier, dat men in de streek van het punt A houdt,