Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
543
vier manen gaan de drie naastbij zijnde bij iederen omloop
door de schaduw harer hoofdplaneet en worden verduisterd.
Daar de verduisteringen regelmatig plaats hebben, moesten wij
ze ook naauwkeurig na verloop van den zelfden tijd zien terug
keeren. Maar Römer vond dat men de verduisteringen steeds
later waarneemt, hoe verder de aarde zich van Jupiter
verwijderd heeft; dat het licht, de eenige bode van het be-
ginnen of ophouden der verduistering, later tot ons komt, wan-
neer het een verderen weg te doorloopen heeft. De verduiste-
ringen worden, wanneer de aarde ter lengte van de middellijn
der aardbaan, 42 millioen mijlen, verder van Jupiter ƒ verwij-
derd (in J) staat, 16 minuten later gezien, dan wanneer de
aarde in a het digtst bij Jupiter staat. II et licht gebruikt
tot eenen weg van 42 millioenen mijlen 16 mi-
nuten. Het zonnelicht, dat de helft van dezen weg moet door-
loopen, komt daarom na 8 minuten van de zon op de aarde
aan. Het licht der naaste vaste sterren bereikt onze aarde
na ruim 3 jaren, dat der meest verwijderde eerst na eeuwen.
De lichtstralen, die in een helderen nacht ons oog treffen, ko-
men tot ons als boden, die op zeer verschillende tijden vertrokken
zijn en ons uit verschillende tijden berigten brengen; het
maanlicht spreekt bijna van het tegenwoordige, het sterren-
licht van het jongste of verder verledene; het zijn tegenwoor-
dige en lang verledene zaken, die wij te gelijk aan den hemel
waarnemen.
Daar eene seconde het 60ste deel eener minuut is, zoo be-
draagt de snelheid van het licht 42,000 geogra-
phische of omstreeks 308,000 ned. mijlen in een
seconde. Zij is dus bijna een millioen maal grooter dan de
snelheid van het geluid.