Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
536
weegt zich daarom een der beide ligchamen, dan beweegt
zich ook de schaduw, en wel in de zelfde rigting, in welke zich
het donkere ligchaam beweegt; in tegengestelde rigting met
het lichtgevende ligchaam, in geval dit van plaats veran-
dert. Het eerste toont ons een potlood, dat wij in den zonne-
schijn op eene papiervlakte zijne schaduw laten werpen en daar-
voor heen en weêr bewegen; zoo zweven ook de schaduwen
van wolken, welke door de zon beschenen en door den wind
voortgejaagd worden, naar de zelfde zijde over de velden heen.
Hoe echter de schaduw zich beweegt, wanneer het lichtgevende
ligchaam van plaats verandert, neemt men waar door middel
eener kaars, die men heen en weêr schuift, terwijl een potlood
op een blad papier of eenen muur zijne schaduw werpt. Terwijl
de zon aan den hemel hare dagbogen van het oosten naar het
westen beschrijft, valt bij ons de schaduw van eenen boom of
van een loodregt geplaatsten stok des voormiddags naar het
westen, des namiddags naar het oosten.
294. De gedaante der schaduw. De gedaante der scha-
JCUtlilIl"
te der duw hangt niet enkel van de gedaante van het donkere ligchaam
schaduw, ^jjj^j. qqJj- jjijuen stand en van de grootte van het licht-
gevende ligchaam.
Proef. Bij zonne- of kaarslicht houde men eene cirkel-
vormige papieren schijf zoodanig dat de zonnestralen het
breede vlak regthoekig treffen; de schaduw der schijf worde op
een stuk wit papier opgevangen en zal zich cirkelvormig
vertoonen. Men doe nu de schijf hellen en geve haar ach-
tervolgens andere standen, om de veranderingen, die er met de
gedaante der schaduw plaats hebben, waar te nemen. Is de schijf
eindelijk in zulk een stand gekomen, dat hare breede opper-
vlakte de zelfde rigting heeft als de zonnestralen, dan zal de
schaduw zich als eene regte 1 ij n vertoonen. Slechts een b o 1
werpt in iederen stand op een met de lichtstralen loodregt vlak
eene cirkelvormisre schaduw.
Gedaan-