Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
535
bol op. Er zal zich in het midden der schaduw een volkomen
donker cirkelvlak vertoonen, de kernschaduw, welke in't
geheel geen licht ontvangt; en rondom ontstaat eene minder
donkere schaduw, de halfschaduw, de ruimte die de kern-
schaduw omringt en die slechts van weinige punten van het
lichtende ligchaam licht ontvangt.
Laat van een grooten lichtenden bol stralen op een kleineren
vallen. De uiterste stralen,
Fig. 277. yjjj^ i^g randen van
den grooten bol uitgaan
en langs den kleineren
heenglijden, zijn ac en
b c; in de ruimte, tusschen
deze stralen achter den
kleinen bol liggende ,
dringt van het lichtgevende ligchaam geen lichtstraal door;
deze numte is de kernschaduw en heeft een kegelvormige
gedaante. De halfschaduw ligt om de kernschaduw; van
den bovensten rand a van den lichtenden bol gaat nog een straal
n d van den ondersten rand van den kleinen bol voorbij, en van
den ondersten rand van den grooten bol gaat een straal b e langs
den bovensten rand van den kleinen bol voorbij. Deze stralen
zijn de grenzen der halfschaduw. Want lichtstralen, wier rig-
tingen verder dan deze uiteen wijken, beschijnen den donkeren
bol niet meer, en veroorzaken dus ook geene schaduw meer.
De halfschaduw is echter helderder, omdat de onderste rand
van den helderen bol in haar bovenste, en zijn bovenste rand
in haar onderste gedeelte lichtstralen zenden.
293. Ligging der schadu-w. Omdat het licht zich in eene L,>gii,g
regte lijn beweegt, maar door het schaduw werpende ligchaam der
verhinderd wordt tot alle punten dezer lijn te geraken, zoo ligt
de schaduw steeds in eene regte lijn met het lichtende en het
verlichte ligchaam aan de van het licht afgekeerde zijde. Be-
ck. nat. 35