Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
534
is, slechts met doorschijnend zijdepapier, of ook geolied pa-
pier of matglas, gesloten; haar ander einde is open en moet
van het daglicht afgekeerd worden terwijl men er in ziet. Zet
men op eenigen afstand van de naauwe opening des toestels eene
brandende kaars, dan komt van het bovenste gedeelte der vlam
een lichtstraal door de opening naar het onderste gedeelte van
het zijdepapier, en omgekeerd van het onderste gedeelte der vlam
naar het bovenste gedeelte van het papier. De stralen krui-
sen elkander in de opening, en omdat alle punten der vlam
lichtstralen uitzenden, beeldt zij zich geheel, maar omgekeerd
op het zijdepapier af. Door de engere buis te verschuiven brengt
men ze in eene stelling, waarin het beeld van het licht of van
andere door de zon genoegzaam helder verlichte voorwerpen in
gedaante en kleur zich het duidelijkst vertoonen. Daar ook de
lichtstralen, die van de regter en linker zijde komen, elkander
kruisen, zoo wordt de regter zijde links afgebeeld, en de af-
beeldingen van zich bewegende voorwerpen bewegen zich in de
tegengestelde rigting. — Eenvoudiger, maar ook onvolkome-
ner laat zich de proef met een blad uitvoeren, in hetwelk men
eene fijne opening gestoken heeft; het brandende licht staat
daarvoor, en daarachter houdt men tot het opvangen van het
beeld een stuk wit papier.
Schaduw. 292. Het ontstaan der schaduw. Wanneer men op een
door de zon beschenen vlak een ondoorschijnend ligchaam, bij
voorbeeld eene houten kist, plaatst, dan zullen de zonnestra-
len, omdat hun de doorgang niet mogelijk en de regtlijnige weg
versperd is, niet in de daarachter zich bevindende ruimte kun-
nen geraken; het licht wordt van haar terug gehouden, en zij
moet zich donker vertoonen. De onverlichte ruimte
achter een verlicht ondoorschijnend ligchaam
Kern- noemen wij schaduw.
schaduw Proef. Men houde een bol in de zonnestralen en vange de
en half- _ ^ °
schaduw, schaduw met een loodregt gehouden papier niet ver achter den