Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
532
DE REGTLIJNIGE VOORTPLANTING VAN HET LICHT,
De regt-
lijnige
weg 290, De regtlijnige weg van het licht,
^r^ht^*' Men snijde eene kurk in drie ronde schijven en
steke in het middelpunt van ieder loodregt eene speld. Laat het
eene oog van den waarnemer, ter-
m's* wijl hij het andere gesloten houdt,
zich digt boven den knop der eene
speld bevinden en naar de Iweede
speld zien, die met haar klein
voetstuk aan het andere einde der
tafel geplaatst kan zijn. Blijkbaar
komt er van de verwijderde speld
licht in het oog, anders zou zij
niet zigtbaar zijn. Schuift men nu
de derde speld tusschen de tweede en eerste, dan zal er voor
haar gemakkelijk eene plaats te vinden zijn, waarop zij het
liciit, dat van de meer verwijderde speld komt, verhindert in
hel oog te komen, en waar zij deze voor het oog bedekt.
Onderzoekt men door middel van een gespannen draad nu
de stelling der drie spelden, dan zal blijken, dat zij in eene
regte lijn staan. Schuift men de middelste speld dig-
ter bij het oog of verder af, zoodat zij altijd weder voor het
licht, dat van de verwijderde speld komt, den weg verspert,
zij zal zich steeds in een punt der zelfde regte lijn bevinden.
Bij gevolg komt het licht in het oog, terwijl het alle punten
der regte lijn doorloopt; de weg van het licht is eene regte lijn.
Steeds wordt een lichtgevend ligchaam bedekt, wanneer zich
in regte lijn tusschen dit ligchaam en het oog een ondoorzigtig
voorwerp bevindt. Valt door eene kleine opening zonnelicht in
eene donkere kamer, waarin, zoo als bijna altijd, kleine
stofjes in de lucht zweven, dan zien wij den regten weg, dien
het doorloopt; den regtlijnigen weg van het licht noemen wi]
veelal eenen lichtstraal. Door eene gekromde buis kunnen