Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
530
blootgesteld, daarop het glas verscheidene malen met papier om-
wonden en in de eene of andere donkere kast bewaard. Bij
donkeren avond van het omwindsel bevrijd, zal het chloorcalcinm
ten gevolge van het staan in de zon met helderen glans blinken.
Ook diamanten, kalkhoudende mineralen, eijerschalen wor-
den flaauw lichtend, wanneer men ze eenigen tijd aan het zonne-
licht blootstelt. Door in de zon te liggen en ook door gloeijen
wordt de Bononische steen lichtgevend, die door de wijze, waar-
op deze eigenschap aan hem ontdekt werd, eene soort van be-
roemdheid verkregen heeft. Een schoenmaker te Bologna vond
op eenen berg niet ver van de stad dit aschgraauwe zwavelzure
zwaarspaath; zijn geivigt kwam hem zeer groot voor en bragt
hem op de gedachte dat er van den steen misschien goud ge-
maakt kon worden; hij nam hem mede naar huis en doorgloeide
hem te vergeefs in het kolenvuur van zijnen kookoven; maar
tot zijne niet geringe verwondering gloeide de steen in het don-
kere van den nacht nog voort, ofschoon hij geheel koud gewor-
den en het kolenvuur sitids lang uitgegaan was.
jifjgj 289. Niet lichtende ligchamen. Alle niet lichtende lig-
lichten- chamen zijn of doorzig-tig of doorschijnend of niet doorzigtig. De
chamen doorzigtige ligchamen vergunnen aan het licht den door-
gang; men kan door hen de gedaante en kleur der ons licht
toezendende voorwerpen duidelijk onderscheiden; bijzonder door-
zigtig zijn dunne massa's van lucht, glas en water. O n d o o r-
zigtige ligchamen, als metaal, hout, steenen, laten in't ge-
heel geen licht door, wanneer hunne massa's eene genoegzame
dikte hebben. De doorschijnende ligchamen laten eenig
licht, een lichtschijnsel, door, zonder dat men er de gedaante
en kleur der voonvei-pen duidelijk door onderkennen kan. On-
der de doorschijnende of transparente ligchamen worden papier
en mat geslepen glas het meest gebruikt. Het papier wordt met
olie gedrenkt en laat zich dan tot het maken van transpa-
rente beelden gebruiken, die er met doorschijnende kleuren op