Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
534
Fig. 273.
den mond een luchtstroom ingeblazen, trefl
bij de insnede, het mondgat, op het af-
geseherpte ligchaam L, hetwelk de boven-
1 i p heet, terwijl de daartegen overstaande
rand van het mondgat de benedenlip ge-
noemd wordt. Aan de bovenlip wordt de Ificht-
stroom gespleten, en slechts eene smalle
strooming beweegt zich nabij den bovensten
rand. Het zelfde geschiedt in de orgelpijpen,
waar de lucht bij O intreedt, zich bij de
bovenlip L splijt en digt bij den voorsten
wand door de pijp stroomt. De ingeblazene
smalle luchtstroom wrijft zich aan de
luchtkolom der pijp, gelijk een strijkstok aau
de snaar, doch i n d e 1 e n g t e ; hij trekt
de luchtkolom naar boven (fig. 373 I) en
verdigt ze onder den bovensten bodem; door
deze verdigting wint de lucht in spankracht,
breidt zich, naar beneden gaande, weder uit
en verdunt zich; zij wordt weder door
het aanblazen verdigt en slingert zoo in de
lengte op en neder. De luchttrillingen zijn
1 eng t e t r i 11 in gen of longitudinale trillingen.
Terwijl in eene gedekte pijp de luchtkolom zich als een geheel
beweegt, verdeelt zij zich in opene pijpen in twee deelen, eene
bovenste en eene onderste, tusschen welke eene rustplaats ligt.
Een smalle luchtstroom wordt door de scherpe bovenlip aan
schü- li®^ mondgat van het instrument voortgebragt; snel op eik-
lende ander volgende verdigtingen en verdunningen der lucht kun-
jjjgjj.^. nen, gelijk aan de sirene (§ 380), insgelijks eenen toon te
menten. voorschijn brengen en laten zich door de menschelijke lippen
met behulp van een mondstuk of door eene veerkrach-
tige tong opwekken. Diensvolgens zijn er drie groepen van
blaasinstrumenten.
De ver-